Wat wil je mij vertellen?
- zielenvuur

- 2 dagen geleden
- 7 minuten om te lezen
"Wat moet ik nu doen?" vroeg ik me af, terwijl ik gas gaf en hoorde dat mijn auto in geen honderd jaar zichzelf uit deze situatie kon redden. "Zitten we vast?" vroeg mijn dochtertje met grote angstige ogen. Mijn 11-jarige zoon zat achter mij en begreep dat we in de problemen zaten: "Auto, auto, ik mis school, ik mis de kindjes!" Dat is het heerlijke aan een zoon met een beperking; hij houdt zich niet in. En ja, heerlijk gebruik ik hier met de nodige portie sarcasme. Want als je auto met zijn achterkant in een put vast zit, terwijl het buiten regenachtig en donker is, je kids binnen 15 minuten op school verwacht worden en je nog geen flauw benul hebt hoe je deze situatie gaat oplossen, kan je zijn auti-drama wel even missen als kiespijn. (Sorry maatje, ik hou van jou hoor.)

Ik stapte uit om het probleem te evalueren: Mijn auto zat met ƩƩn achterwiel vast in de modder; het andere bungelde boven een nogal diepe put. (Zoals je op de foto kan zien.) Op dat moment zag ik in het huis op de hoek een licht branden en stapte er automatisch naartoe. Ik belde aan. Er ging een raam open op de bovenverdieping en een vrouw riep me toe. Ik legde uit dat mijn auto vast gereden was en niet zo heel vriendelijk gaf ze aan dat zij hieraan weinig kon veranderen. Ik zou dan maar een takeldienst ofzo moeten bellen. "OkƩ, toch bedankt." Raam dicht. Trek je plan. Ze had me inderdaad niet echt kunnen helpen, besef ik achteraf, maar een beetje vriendelijkheid had toch een verschil gemaakt. Gedeeld leed is half leed. Of zoiets.
Anyway.
De eerste die ik in nood belde, was natuurlijk mijn man. Niet dat ik er naar uitkeek hem te vertellen dat ik in mijn boosheid een grote flater begaan had. (Ja, ik geef het toe, ik was boos omdat mijn zoon die ochtend luid in mijn gezicht had geboerd en mijn reactie hem alleen maar meer triggerde, omdat het straatje naar mijn dochters school WEERAL afgesloten was en ik in een poging om een alternatieve route te vinden een smalle straat met OVERAL paaltjes had uitgekozen, wat omkeren heel erg moeilijk maakte. Tot ik een zijstraatje gevonden had, dacht ik, dat een zandweg bleek te zijn vol diepe plassen en putten. Hier probeerde ik dan toch te draaien, mijn slecht voorgevoel opzij zettend, en de rest is geschiedenis...) Mijn man nam het nieuws redelijk rustig op, maar was die ochtend ver van ons dorpje verwijderd. Hij zou naar ons toe komen, maar ik moest toch zeker een half uur wachten in de koude en de regen... en geduld hebben.
Tijdens het telefoontje stopte een vriendelijke chauffeur. Hij zou zijn kindjes gaan afzetten aan school en dan even terugkomen om te kijken of hij kon helpen. Weten dat er even later iemand zou zijn om de situatie mee in te schatten, bracht me wel enige vorm van rust. Intussen begon ik de opvang van mijn dochtertje en scholen te contacteren. (Niet wenen aan de telefoon, Ann. Niet wenen.) Gelukkig lukte het om zonder tranen uit te leggen wat er gebeurd was en dat de kids "iets later" op school zouden zijn. Al was dat niet huilen moeilijk wanneer je aan de andere kant van de lijn bezorgde en liefdevolle stemmen hoorde. Nog een vriendelijke loper kwam even kijken en vragen of alles in orde was met ons. Dankbaar voor zijn vraag verzekerde ik hem dat hij weinig kon doen en dat alles goed ging. Ik keek de man met de blauwe trui en de zwarte broek die het terug op een lopen zette, nog even na.
Om mijn gedachten tijdens het wachten toch ergens op te richtten, begon ik zelf oplossingen te zoeken. Kan ik een takeldienst bellen? Welke? Hoeveel zou dit ons gaan kosten? Hebben we eigenlijk wel pechverhelping? (Nee, zo blijkt.) Aha! Daar was de meneer die zijn kinderen had afgezet. (Toch iemand die zijn kinderen op tijd naar school had kunnen brengen.) Hij stelde vast dat hij weinig kon doen om te helpen. Daar vreesde ik al voor. Toch bood hij zijn huis aan om binnen te wachten indien we daar nood aan hadden. Hij werkte die dag van thuis uit en woonde iets verderop in de straat. Ik bedankte hem hartelijk en noteerde zijn huisnummer in mijn gsm. You never know. Misschien zou ik daar nog wel een tijdje moeten wachten en dan zou een warme plek best van pas kunnen komen.
Intussen begon ik ongeduldig te worden. Mijn zoon was nu gelukkig rustiger (doorheen dit verhaal heb ik hem meermaals moeten troosten en geruststellen) en wachtte mee af tot papa zou arriveren. Mijn dochtertje vroeg of ze in de zandberg enkele meters naast de auto mocht spelen. Ik bekeek haar schoenen die deden denken dat ze dit al zonder te vragen had gedaan en antwoordde zo rustig mogelijk: "Ja, maar maak je schoenen alsjeblieft niet nog vuiler, goed?!" Ik belde mijn man nogmaals op. Binnen tien minuten zou hij er zijn. Eindelijk!
Op dat moment kwam het universum met een oplossing op de proppen.
Er reed een vrachtwagen voorbij. (Dankzij mijn zoon die helemaal into vrachtwagens is, weet ik dat het een DAF was.) Zij zouden onze redders in nood worden.
"Kan ik je helpen? Ik kan jullie er wel uit trekken! In Roemeniƫ gebeurt dit wel vaker." zei de man met een opvallend accent. "Echt waar?! Dat zou geweldig zijn!" Ik was zo blij. De vrachtwagenchauffeur ging naar mijn auto, op zoek naar het sleepoog en leek echt van aanpakken te weten. Zijn vertrouwen dat hij dit probleem zou oplossen, was een enorme opluchting. Plots verscheen er een vrouw naast mij. Zij bleek de niet zo vriendelijke dame van het huis op de hoek te zijn. Ze zag dat er kinderen bij waren en excuseerde zich voor haar eerste reactie eerder die ochtend. Ze bood me een koffie aan, die ik vriendelijk weigerde, en gaf de kinderen met mijn toestemming een chocolade. "Dankjewel," zei mijn zoon heel oprecht. (Yes, ik heb hem er niet aan moeten herinneren om beleefd te zijn.)
De buurvrouw begon vragen te stellen die ik op automatische piloot en best wel vaag beantwoordde. Ik zou haar niet van haar schuldgevoel voor die eerste onvriendelijke reactie afhelpen. Een praatje met haar maken stond intussen niet meer hoog op mijn prioriteitenlijst. Mijn focus lag nu bij het probleem, mijn auto en de kids. En natuurlijk mijn redders in nood. Ik keek of ik de vrachtwagenchauffeur en zijn collega van dienst kon zijn, maar moest toegeven dat ik blij was dat mijn man er snel zou zijn om hen met deze klus te helpen. Toen mijn man niet veel later effectief bij "de plaats van het ongeval" aankwam, was ik dan ook dolblij hem te zien! Nu kon hij onze redders helpen. (En als mijn man in de buurt is, kom ik tot rust.)
Toen gebeurde het. Mijn zoon bekeek het spektakel met een stuk kinderchocolade in de hand. De vrachtwagen sleepte onze bescheiden stalen ros behoedzaam uit de put. Het deed me deugd om onze auto te zien bewegen, maar hield mijn hart nog even vast. Ik hoopte dat er geen schade aan het voertuig zou zijn (of veroorzaakt worden). Bijna even snel als het vastrijden, was onze auto ook weer bevrijd. Eventjes leek het alsof de vrachtwagen misschien zelf vast zou komen te zitten, maar dit was gelukkig niet zo. Het was gelukt!
We bedankten de vrachtwagenchauffeur en zijn collega hartelijk. Ik voelde mijn opluchting toenemen. Ook de buurvrouw kreeg mijn oprechte dank. Het aanbod van een koffie, de chocolade voor mijn kinderen en haar ontschuldigende woorden hebben me uiteindelijk geholpen. Misschien weigerde ze eerst hulp, maar haar daden nadien maakten dat goed. Iedereen leek te wachten tot ik vertrok met onze auto om te zien of alles wel echt in orde was. Toen ik met mijn dochter naast mij wegreed met een wel hele vuile wagen maar met alles er nog op en eraan, zag ik dat ook mijn man en de vrachtwagen hun weg verder zetten.
Soms kan het universum je eens goed door elkaar schudden en je een overduidelijke wake-up call sturen. Zo was deze doodgewone dinsdagochtend voor mij in ƩƩn minuut van normaal naar vreselijk vervelend gekeerd. Ik zette mijn dochtertje op school af met tranen in de ogen. Ontlading. Thuis volgde de rest. Ik had het gevoel dat ik die dag niets meer zou kunnen doen, enkel lam geslagen in de zetel of in bed liggen. Toch begon er iets in mij te bewegen.
Ik voelde een diepe ontroering voor de hulp die ik aangeboden had gekregen. Dankbaarheid voor mijn man die me liefdevol op zou vangen nadien en onze auto grondig heeft nagekeken. Voor de schuilplaats die een voorbijganger aanbood. De koffie en chocolade van de buurvrouw. De vrachtwagenchauffeurs die zonder aarzelen hielpen. Ik voelde me gedragen. Misschien is er toch een God of een bepaalde kracht die voor mij zorgt? Een soort vertrouwen en geloof begon zich te herstellen.
Meer en meer ontdek ik hoe alles gebeurt met een reden. Ik houd ervan op zoek te gaan naar de betekenis van gebeurtenissen. En ook een auto die vast komt te zitten, kan iets betekenen. Zo vertelde Google mij dat dit kan wijzen op het gevoel vast te zitten in je leven. Geen beslissingen te kunnen nemen. Geblokkeerd te zitten... Ik voel herkenning. Mijn leven staat al een poos on hold en het universum komt me bruusk zeggen dat het tijd is om in beweging te komen. Om te zoeken naar die blokkades. Om beslissingen te nemen. Om stappen te zetten. Ook al voel ik enorm veel weerstand door mijn eigenheid en de angst om op mijn bek te gaan van zodra ik uit mijn comfortzone treed. Want hier thuis is het veilig. Thuis ga ik niet opnieuw crashen. Denk ik dan.
Ik heb al lang geen verhalen meer geschreven. Al riep de pen me reeds langere tijd en het gevoel dat hier een talent ligt ook. Toch had ik veel excuses klaar om het niet te doen of uit te stellen. (Eerst een nieuw logo voor mijn Zielenvuur. Vraagt het niet te veel tijd? Heb ik die tijd wel? Heb ik die energie wel? Zijn mijn vertelsels wel een meerwaarde?) Ik leg de twijfels naast me neer en klap voor het eerst in lange tijd mijn laptop open. Mijn vingers beginnen de eerste letters te typen. Ik ga aan de slag. Als het universum zegt dat ik in beweging moet komen, zal ik maar luisteren. Toch?!



Opmerkingen